Wat moet je eerst opmaken: wettelijk of bovenwettelijk verlof?

Wat moet je eerst opmaken: wettelijk of bovenwettelijk verlof?

Wie vakantiedagen heeft staan, ziet vaak twee soorten verlof in het overzicht: wettelijk en bovenwettelijk. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het verschil is vooral belangrijk door de houdbaarheid, want sommige dagen vervallen sneller dan andere. Daarom is de volgorde waarin je verlof opneemt belangrijker dan veel werknemers en werkgevers denken.

Wettelijk of bovenwettelijk verlof, wat moet je eerst opmaken?

In de praktijk moet je meestal eerst je wettelijke vakantiedagen opmaken, vooral als deze eerder vervallen dan je bovenwettelijke dagen. Wettelijke vakantiedagen vervallen normaal gesproken een half jaar na het kalenderjaar waarin je ze hebt opgebouwd. Dagen uit 2025 moeten dus meestal vóór 1 juli 2026 worden opgenomen.

Bovenwettelijke vakantiedagen zijn extra vakantiedagen bovenop het wettelijke minimum. Die blijven meestal veel langer geldig, namelijk vijf jaar. Daardoor is het logisch om eerst de dagen te gebruiken die het snelst kunnen verdwijnen. Anders loop je het risico dat je wettelijke vakantiedagen vervallen, terwijl je bovenwettelijke dagen nog gewoon jaren blijven staan.

Een simpel voorbeeld maakt dit duidelijk: stel dat je nog 5 wettelijke dagen uit vorig jaar hebt en 8 bovenwettelijke dagen. Dan is het meestal verstandig dat je werkgever bij je vakantie eerst die 5 wettelijke dagen afboekt. Zo voorkom je dat die dagen rond 1 juli verdwijnen en je onnodig verlof kwijtraakt.

Wat is wettelijk verlof precies?

Wettelijk verlof is het minimumaantal vakantiedagen waar je als werknemer recht op hebt. In Nederland is dat vier keer het aantal uren dat je per week werkt. Werk je 40 uur per week, dan bouw je dus minimaal 160 vakantie-uren per jaar op. Dat komt neer op 20 wettelijke vakantiedagen bij een volledige werkweek.

Deze wettelijke vakantiedagen zijn bedoeld om echt rust te nemen. Het gaat dus niet alleen om een extraatje, maar om bescherming van je gezondheid. Daarom mag een werkgever wettelijke vakantiedagen tijdens je dienstverband niet zomaar uitbetalen. Je moet ze in principe kunnen opnemen als vrije tijd, behalve bij het einde van je contract.

Het lastige is dat wettelijke vakantiedagen kort houdbaar zijn. Neem je ze niet op, dan vervallen ze meestal op 1 juli van het volgende jaar. Dat is snel. Wie zijn verlof niet goed bijhoudt, kan daardoor denken veel vakantiedagen te hebben, terwijl een deel daarvan binnenkort niet meer bruikbaar is.

Wat is bovenwettelijk verlof?

Bovenwettelijk verlof bestaat volgens Legals uit vakantiedagen die je krijgt bovenop het wettelijke minimum. Werk je fulltime en krijg je bijvoorbeeld 25 vakantiedagen per jaar, dan zijn 20 dagen wettelijk en 5 dagen bovenwettelijk. Die extra dagen komen vaak uit je cao, arbeidsovereenkomst of personeelshandboek.

Het grote verschil zit in de geldigheid: bovenwettelijke vakantiedagen verjaren meestal pas na vijf jaar. Je hebt dus veel meer tijd om ze op te nemen. Dat maakt deze dagen handig om te bewaren voor een langere vakantie, een sabbatical, een rustige periode of onverwachte privézaken later in het jaar.

Waarom is de juiste volgorde belangrijk?

De juiste volgorde voorkomt dat je verlofdagen verliest. Als je eerst bovenwettelijke dagen gebruikt, terwijl je wettelijke dagen bijna vervallen, kan dat nadelig zijn. Je hebt dan wel vakantie gehad, maar de verkeerde pot is aangesproken. Daardoor kunnen wettelijke dagen alsnog verdwijnen, terwijl dat vaak makkelijk te voorkomen was geweest

Voor werknemers is het dus slim om regelmatig je verlofsaldo te bekijken. Let niet alleen op het totale aantal uren of dagen, maar ook op de soort dagen en de vervaldatum. Een saldo van 120 uur lijkt veel, maar als 40 uur binnenkort vervalt, is je situatie anders dan wanneer alles nog vijf jaar geldig is.

Voor werkgevers is dit ook belangrijk. Een duidelijk verlofoverzicht voorkomt discussie achteraf. Werknemers moeten kunnen zien welke dagen wettelijk zijn, welke dagen bovenwettelijk zijn en wanneer die dagen vervallen of verjaren. Zeker richting 1 juli is het verstandig om werknemers actief te wijzen op wettelijke dagen die nog openstaan.

Kan je werkgever zelf bepalen welke dagen worden afgeboekt?

Een werkgever moet zorgvuldig omgaan met het afboeken van vakantiedagen. In de praktijk hoort het verlof dat het eerst vervalt, ook als eerste te worden gebruikt. Meestal zijn dat de wettelijke vakantiedagen uit het vorige kalenderjaar. Dat sluit aan bij het idee dat werknemers hun kortst houdbare verlof niet onnodig kwijtraken.

Toch kunnen er uitzonderingen zijn. In een cao, arbeidscontract of personeelshandboek kunnen aanvullende afspraken staan over verlof, vervaltermijnen en de volgorde van opnemen. Daarom is het verstandig om niet alleen naar je verlofportaal te kijken, maar ook naar de regels die binnen je bedrijf gelden. Sommige werkgevers hanteren ruimere afspraken dan de wettelijke basis.

Kom je er niet uit, vraag dan om een specificatie. Een werknemer mag best vragen hoeveel wettelijke en bovenwettelijke dagen er precies openstaan. Ook kun je vragen welke dagen worden afgeboekt als je vakantie opneemt. Dat is geen moeilijke juridische vraag, maar gewoon praktische duidelijkheid over je eigen vrije tijd.

Wat gebeurt er als je wettelijke vakantiedagen niet opneemt?

Als je wettelijke vakantiedagen niet op tijd opneemt, kunnen ze vervallen. Meestal gebeurt dat dus zes maanden na het jaar waarin je ze hebt opgebouwd. Maar dat is niet altijd automatisch zo. Als je redelijkerwijs geen kans had om vakantie op te nemen, bijvoorbeeld door ziekte of doordat je werkgever het onmogelijk maakte, kunnen andere regels gelden.

Ook moet een werkgever werknemers goed informeren. Je moet kunnen weten dat bepaalde vakantiedagen gaan vervallen en je moet de kans krijgen om ze nog op te nemen. Een werkgever die daar niets over zegt en werknemers niet waarschuwt, kan later niet altijd simpel zeggen dat de dagen weg zijn.

Kortom: eerst de dagen die het snelst vervallen

Het antwoord is dus vrij duidelijk: meestal maak je eerst je wettelijke vakantiedagen op, omdat die sneller vervallen dan bovenwettelijke vakantiedagen. Bovenwettelijke dagen blijven meestal vijf jaar geldig, terwijl wettelijke dagen vaak al op 1 juli van het volgende jaar vervallen. Daardoor zijn wettelijke dagen kwetsbaarder.

De beste aanpak is simpel. Kijk niet alleen hoeveel vakantiedagen je hebt, maar ook welke soort dagen het zijn. Vraag bij twijfel om uitleg van je werkgever of HR-afdeling. Zo voorkom je dat je vrije dagen misloopt en weet je zeker dat je je verlof slim gebruikt.